Een update over de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van risicomanagement, schadeverzekeringen en inkomensverzekeringen — speciaal voor onze deelnemers.
De zorgsector staat voor stevige uitdagingen. Letselschades nemen toe, het ziekteverzuim blijft structureel hoog en de druk op organisaties groeit. Bij Sovib volgen we deze ontwikkelingen op de voet — in onze eigen portefeuille, maar ook in de bredere markt. In deze semesterupdate delen we onze inzichten op drie thema's: risicomanagement, schadeverzekeringen en inkomensverzekeringen. Niet om zorgen te stapelen, maar om je goed geïnformeerd en goed voorbereid te houden. Want wie de risico's kent, kan er ook op sturen.
Risicomanagement staat steeds prominenter op de agenda — bij zorginstellingen, bij toezichthouders en bij ons. Dat is geen toeval: de schadetrends die we zien zijn voor een groot deel terug te voeren op hoe organisaties omgaan met incidenten. Niet zozeer of ze incidenten registreren, maar wat ze vervolgens doen met die informatie. Daar liggen de grootste kansen.
Dit jaar heeft Sovib fors geïnvesteerd in de ontwikkeling van risicomanagementdiensten — als logische verdieping van onze positie als risicoadviseur voor de zorgsector. We hebben ons dit jaar ook gepresenteerd op de ICT & Facility Beurs, waar we onze diensten breed zichtbaar hebben gemaakt.
Wij geloven dat veel schade voorkomen kan worden — mits organisaties de juiste informatie hebben en daar tijdig op acteren. Naast onze rol als intermediair leggen we ons steeds meer toe op actieve advisering over risicomanagement en veiligheid op de werkvloer.
Incidentenmanagement is een belangrijk onderdeel van het integrale risicomanagement dat zorgorganisaties uitvoeren, en bestaat uit drie samenhangende stappen. Voor ons adviestraject vinden wij het belangrijk om eerst een goed beeld te krijgen van de huidige manier waarop het incidentenmanagement bij de betreffende zorgorganisatie is ingericht — en waar verbetering mogelijk is.
De basis van elk incidentenmanagementproces: het vastleggen van incidenten. Hoe volledig en gestructureerd een organisatie meldt, bepaalt de kwaliteit van alles wat daarna komt. Hoe zorginstellingen omgaan met incidenten bepaalt in grote mate hun schaderesultaat. Wij brengen dat proces nu actief in kaart — en helpen organisaties verder. Daarbij besteden we ook aandacht aan het vergroten van de meldingsbereidheid onder medewerkers: door helder te maken wat het doel van melden is, en door structureel terugkoppeling te geven op gemelde incidenten.
De stap die het meest wordt overgeslagen. Incidentdata bevatten waardevolle patronen — maar alleen als ze systematisch worden geanalyseerd.
Van analyse naar actie. Het doel is structurele verbetering, niet alleen het afhandelen van incidenten. Dit vraagt om de juiste methode — en daar is de sector in beweging.
De keuze voor een registratiesysteem heeft directe invloed op de analysemogelijkheden — en daarmee op de effectiviteit van het incidentenmanagement. Belangrijk is een systeem dat meerdere bronnen van data bevat, of daaraan gekoppeld kan worden, zoals:
Door deze koppeling kunnen verdiepende analyses worden gemaakt. Deze verdiepende analyses stellen de zorginstelling in staat om gerichter te sturen.
In de VVT- en gehandicaptensector wordt nog veel gewerkt met lineaire analysemethoden. De wetenschap is duidelijk over welke aanpak meer oplevert.
| 📊 Lineaire analyse | 🔬 Complexe analyse | |
|---|---|---|
| Aanpak | Oorzaak-gevolg: één incident, één oorzaak, één maatregel | Meerdere factoren tegelijk — systemen, gedrag en context |
| Patroonherkenning | ✗ Beperkt zicht op samenhangende factoren | ✓ Trends en verbanden zichtbaar over tijd |
| Structurele preventie | ✗ Optimum bereikt — verdere winst beperkt | ✓ Wetenschappelijk bewezen: meer resultaat |
| Status VVT/GZ | Nog dominant aanwezig | In opkomst — Sovib introduceert deze methode |
Sovib werkt aan de introductie van complexe analysemethoden specifiek voor de VVT- en gehandicaptensector. De methode is toepasbaar voor zowel trendanalyse als voor de analyse van ernstige incidenten. Neem contact met ons op — we komen graag langs. Samen steeds beter.
Het aantal letselmeldingen in onze portefeuille groeide door in 2024. Binnen 2025 liep het aantal meldingen ieder kwartaal verder op, en die opgaande lijn zet zich voort in het eerste kwartaal van 2026.
Eén van de thema's waarop wij de zorgsector de afgelopen periode nadrukkelijk volgen, is de ontwikkeling rondom letselmeldingen bij aansprakelijkheidsclaims. Over de laatste jaren bezien groeide het aantal letselmeldingen in onze portefeuille gestaag: van 417 in 2023, naar 461 in 2024 (+10,6%), naar 519 in 2025 (+12,6%). Binnen 2025 liep dit jaartotaal ieder kwartaal verder op — van 107 meldingen in het eerste kwartaal naar 148 in het vierde kwartaal. Ook het eerste kwartaal van 2026 bevestigt dit beeld: met 132 meldingen ligt dit kwartaal 23,4% hoger dan hetzelfde kwartaal een jaar eerder (107). De cijfers tot en met april 2026 (145 meldingen) laten een vergelijkbaar niveau zien; een volledig beeld van Q2 2026 volgt zodra dat kwartaal is afgesloten.
Het aantal letselmeldingen groeide in 2024 met 10,6% en in 2025 met nog eens 12,6% door. Anders dan in eerdere periodes is er geen sprake van een vlakke trend: ook binnen 2025 liep het aantal meldingen ieder kwartaal verder op, en die lijn zet zich voort in het eerste kwartaal van 2026 (zie hieronder). Dat is een relevant gegeven voor de premiestelling en het risicobeeld van de sector — de groei zet door in plaats van af te vlakken.
Binnen 2025 liep het aantal letselmeldingen per kwartaal gestaag op, van 107 in Q1 naar 148 in Q4 — een duidelijk oplopend patroon, geen vlakke lijn. Het eerste kwartaal van 2026 (132 meldingen) ligt 23,4% hoger dan Q1 2025. De balk over januari–april 2026 (145 meldingen) betreft een periode van vier maanden, dus meer dan een volledig kwartaal, maar nog niet het complete tweede kwartaal; een volledig beeld van Q2 2026 volgt zodra dat kwartaal is afgesloten.
De groei die we in de cijfers zien — door 2024 heen, ieder kwartaal binnen 2025, en aanhoudend in het eerste kwartaal van 2026 — heeft geen aanwijsbare eenmalige oorzaak, maar volgt uit een aantal structurele ontwikkelingen in de zorgsector.
Medewerkers worden vaker geconfronteerd met agressie en escalaties door cliënten. Wij zien dit direct terug: agressiegerelateerde letselschades vormen de grootste categorie in onze portefeuille. De IGJ constateerde in 2025 een stijging van geweldsmeldingen van 590 (2023) naar 850.
Medewerkers, cliënten en familieleden zijn steeds beter op de hoogte van hun rechten. Belangenbehartigers zijn eerder in beeld en ook voor relatief licht letsel volgt een formele claim. Het aantal zaken met een professionele belangenbehartiger neemt toe — en daarmee stijgt de gemiddelde schadelast per dossier. De afgelopen jaren groeide de gemiddelde schadelast per dossier met circa 20 tot 25%.
Naast fysiek letsel neemt ook de erkenning van psychische schade toe. Het aantal zaken waarbij zorgmedewerkers kampen met PTSS of andere psychische klachten is de afgelopen vijf jaar verdubbeld. Deze dossiers zijn complexer en kennen doorgaans een hogere schadelast.
De Letselschade Raad indexeerde per 1 januari 2025 haar normbedragen. Per november 2025 is ook de Aanbeveling Zorgschade 2025 van kracht — met aangescherpte systematiek voor intensieve en langdurige zorgschade.
Het verzuim in de zorgsector blijft structureel hoog. Medewerkers melden zich niet vaker ziek — maar zijn, eenmaal uitgevallen, langer afwezig. En dat heeft grote gevolgen.
Het ziekteverzuim in de zorgsector baart ons zorgen. Niet omdat het nieuws is — de zorg kent al jaren structureel hoog verzuim — maar omdat de gemiddelde verzuimduur oploopt en de gevolgen daarmee steeds groter worden. Dat raakt niet alleen de medewerker zelf, maar ook de organisatie, de collega's én het stelsel van sociale zekerheid.
Ook de meest recente kwartaalcijfers laten zien dat dit geen incident is. Volgens het CBS was het ziekteverzuim in de gezondheids- en welzijnszorg in het eerste kwartaal van 2026 8,2% — opnieuw het hoogst van alle sectoren, en licht hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder (8,1%). Binnen de zorg is het verzuim het hoogst in de verpleging, verzorging en thuiszorg (9,9%). Landelijk kwam het verzuim in het eerste kwartaal van 2026 uit op 5,8% — gelijk aan een jaar eerder, maar nog altijd boven het langjarig gemiddelde van 5,0% sinds 1996.
Verzuimcijfers voor de zorgsector als geheel maskeren grote verschillen tussen deelsectoren. Uit de meest recente sectoranalyse (a.s.r./Loyalis, juni 2026) blijkt dat verpleging, verzorging en thuiszorg (VVT) het hoogste verzuim kent binnen de zorg, met een jaarcijfer van 9,2% — een stijging van 0,3 procentpunt ten opzichte van vorig jaar. Ook de gehandicaptenzorg (GHZ) zit met circa 8,5% ruim boven het zorgbrede gemiddelde van circa 7,9%. Ziekenhuizen en de GGZ kennen een structureel lager verzuim, rond respectievelijk 6,5% en 7,5%. Voor werkgevers in de VVT en GHZ is dit een concreet signaal om verzuimbeleid en preventie met extra prioriteit te agenderen.
"Verzuim is zelden alleen een individueel probleem — het is vaak een signaal van wat er speelt in een organisatie." — Sovib Werk & Inkomen
Personeelstekorten leiden tot hogere werkdruk. Hogere werkdruk leidt tot meer uitval. Meer uitval leidt tot nóg hogere werkdruk. In een sector waar personeel schaars is, heeft elke ziekmelding directe gevolgen voor collega's.
Landelijk heeft 21% van de werknemers burn-outklachten (2025), tegenover 13% tien jaar geleden. In de zorg speelt psychisch verzuim een extra grote rol door zwaar emotioneel werk, onregelmatige diensten en regelmatige agressie. Psychisch verzuim leidt gemiddeld tot wel 300 dagen uitval.
De zorg heeft een sterk vrouwelijk personeelsbestand, en vrouwen verzuimen vaker en langer — met het grootste verschil in de leeftijdsgroep 25–45 jaar. Opvallend: het aantal twintigers met een WIA-aanvraag nam in 2025 het sterkst toe van alle leeftijdsgroepen.
In 2025 zijn er zo'n 96.600 WIA-aanvragen ingediend (+4% t.o.v. 2024). Tegelijkertijd daalde het aantal beoordelingen met 10% door een tekort aan verzekeringsartsen. De werkvoorraad bij UWV steeg met 45%: ruim 44.000 mensen wachten op een beslissing — gemiddeld 9 maanden, bovenop de twee jaar ziekte die zij al achter de rug hebben.
UWV verwacht dat de WIA-instroom in 2026 doorstijgt naar circa 80.900 toekenningen — een toename van bijna 9.600 ten opzichte van 2025. Belangrijke oorzaken zijn de herinvoering van de vereenvoudigde 60-plusbeoordeling, meer aanvragen door psychische klachten, en aanhoudende capaciteitsproblemen bij de sociaal-medische beoordelingen. Voor werkgevers betekent dit concreet: hogere WGA-lasten, langere wachttijden en meer druk op re-integratietrajecten.
De plannen van het kabinet liggen niet vast. Begin mei liepen de gesprekken tussen kabinet en vakbonden (CNV, VCP) over de versobering van WW en WIA vast — de bonden willen de hele bezuinigingsopgave van tafel, niet slechts een andere invulling. Tegelijk pleiten het Verbond van Verzekeraars, OVAL en PPUSZ juist voor behoud van de IVA, met als argument dat afschaffen nauwelijks capaciteit oplevert en mensen zonder herstelperspectief hun inkomenszekerheid kost. Hieronder de meest actuele stand van zaken:
De compensatieregeling voor transitievergoedingen bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid vervalt naar verwachting per 1 januari 2027. Heb je nog slapende dienstverbanden openstaan? Beëindiging vóór die datum kan financieel aanzienlijk voordeliger uitpakken dan erna. Wacht niet tot het wetsvoorstel definitief is — neem tijdig contact op met je adviseur om de opties te bespreken.
Wanneer een medewerker uitvalt door toedoen van een derde — zoals bij een verkeersongeval — kunnen loonkosten in veel gevallen worden verhaald op de aansprakelijke partij. Wij ontzorgen werkgevers volledig, van eerste beoordeling tot uiteindelijke uitkering, op basis van no cure no pay.
Het UWV heeft de gedifferentieerde premies WGA en Ziektewet voor 2027 gepubliceerd. Landelijk stijgt de WGA-premie van 0,96% naar 1,07% (vooral door een verwachte WGA-instroom van +18%), en de Ziektewet-premie van 0,56% naar 0,60%. Voor sector 35 (Gezondheid, geestelijke en maatschappelijke belangen) liggen beide premies daarboven: WGA 1,31% en Ziektewet 0,78% — logisch gezien het hoge verzuim in de sector. Met een loonsom van ruim €53 miljard is de zorg de grootste sector van Nederland, en een fors deel van de loonsom is eigenrisicodrager (41% voor WGA, 61% voor Ziektewet). Een goed moment om de premieopbouw en ERD-keuze te laten doorrekenen.
UWV start samen met het Verbond van Verzekeraars, OVAL en andere partijen een proef om te onderzoeken hoe gericht verzamelde informatie van de bedrijfsarts de beoordeling door de verzekeringsarts kan versnellen. De eerste fase omvat 500 dossiers; het oordeel blijft bij UWV. Werkgevers die nu al investeren in kwalitatieve dossiervorming, staan straks beter gepositioneerd.
Sinds 1 januari 2026 zijn de voorwaarden aangepast. Bij een online aanvraag is in veel gevallen geen verklaring van de bedrijfsarts meer nodig.
Werkgevers mogen vanaf 2027 geen arbeidskorting meer toepassen op uitkeringen. Dit kan leiden tot een lagere netto-uitkering voor werknemers.
Hoewel de MDIEU-regeling is gesloten, zijn er nog mogelijkheden via de RVU-drempelvrijstelling, SLIM-subsidie en Praktijkleren. Nieuwe regelingen worden verwacht in 2026.